|
|
|
|
Solitaire bijen: De orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera) bestaat uit bijen, wespen en mieren. Dat kunnen kleine en grote insecten zijn. Al deze insecten hebben vliezige vleugesl. Vaak onopvallend van kleur, maar sommige groepen zijn kleurrijk. Naast onbehaarde soorten komen er in veel groepen harige insecten voor. Bijen komen vrijwel over de gehele wereld voor, tot zelfs ver over de poolcirkel. Er zijn ongeveer 20000 soorten bijen die in grootte varieren van een halve mm tot wel 40 mm. Zonder uitzondering zijn ze ongelooflijk belangrijk in de natuur. Ze hebben allemaal de bekende insnoering, wespentaille genoemd. De haren zijn gepluimd of vertakt. De beharing die bijen hebben hangt nauw samen met hun leefwijze. Het voedsel dat voor de jongen wordt klaargemaakt bestaat uit een mengsel van nectar en stuifmeel dat bijenbrood wordt genoemd. Meestal wordt het stuifmeel op een of ander lichaamsdeel van het vrouwtje naar het nest gebracht, in de cel afgestreken en met nectar bevochtigd. Alle bijen worden grootgebracht met dit bijenbrood. Dit in tegenstelling tot de (graafwespen) wespen. Wespen voeren hun jongen altijd met dierlijk voesel. Veruit de meeste bijensoorten leven solitair, dat wil zeggen dat ieder vrouwtje een eigen nest maakt. Deze nesten kunnen ver van elkaar voorkomen maar ook dicht bij elkaar liggen. De vorm van de nesten wordt bepaald door het materiaal waarin ze gebouwd zijn. Mensen kunnen geschikte plekjes maken. Bosjes takken ophangen van vlier, vlinderstruik of braam. Verschillende gaten boren in houtblokken. Een blik of buis vullen met dode holle stengels. Bijen die stuifmeel verzamelen hebben daarvoor een verzamelapparaat. Bij hommels en bijen is dit het korfje aan de achterpoten. De solitaire bijen missen deze korfjes. Zij verzamelen het stuifmeel met de haren op hun lichaam. De solitaire bij slaat in iedere cel of kinderkamer al het voedsel op dat een enkele larf voor zijn hele ontwikkeling nodig heeft. Koekoeksbijen laten andere familiegenoten voor hun jongen zorgen. De koekoeksbijen weten door te dringen in de cellen van bepaalde verzamelbijen. Ze leggen hun ei op de aanwezige voorraad stuifmeel, voordat de cel gesloten wordt. Mocht de vezamelbij er al een ei in gelegd hebben dan gaat dit ten gronde. Veel solitaire bijen verwerken bij het maken van hun nestholte verschillende materialen zoals bladeren plantenharen en bloemblaadjes. De gravers maken een eenvoudig nest in de grond. Sommige bijen gebruiken holle plantenstengels. Er zijn bijen die stukjes blad gebruiken voor het maken van hun cellen. Bij een serie eitjes in plantenstengels zijn bij solitaire bijen de mannetjes eerder vliegrijp dan de vrouwtjes. De eerste eitjes zijn dan ook de vrouwtjes en de laatste de mannetjes, zodat bij het uitkomen van de cellen geen problemen ontstaan. Bij afzonderlijke cellen bestaan deze problemen niet. De meest gevreesde vijanden zijn de insectenetende vogels. Van de kleinere vijand zijn er nog de roofvleigen en de spinnen, die solitaire bijen grijpen en leegzuigen. Dan zijn er nog de parasieten die op en in de bijen leven zoals mijten. Solitaire bijen zijn niet alleen belangrijk voor de bestuiving van wilde planten. Tegenwoordig worden solitaire bijen toegepast in de landbouw voor bestuiving. De mestelbijen (Osmia Rufa) worden hier meestal voor gebruikt. Solitaire bijen komen over de gehele wereld voor en zijn er in alle soorten en maten. Verzamelen stuifmeel en bouwen hun nesten op verschillende manieren. Een aantal lijken op wespen. In de eerste dagen van juni beginnen de behangersbijen, geslacht Megachile, voor de dag te komen. Deze bijen gebruiken stukjes blad voor het maken van hun cellen. Het afsnijden van de bladeren gebeurt in twee maten. De grootste voor het bekleden van de celwanden. De kleinste voor het sluiten vand de cel. Eind april komen de metselbijen geslacht Osmia, te voorschijn. De mestelbijen behoren tot de buikverzamelaars. Ze gebruiken vochtige aarde om hun nestholte te maken. Eerst wordt in zo'n stengel een bodem gemetseld, daarna wordt de cel volgestopt met stuifmeel en een eitje erin gelegd. Dan wordt er een deksel op gemaakt. Als de distels bloeien komen de grote metselbijen tevoorschijn. Zandbijen, het geslacht Andrena, Zandbijen is rijk aan soorten. Zandbijen zijn gravers en maken een eenvoudig nest in de grond. In maart of april zien we de eerste zandbijen op de wilgen vliegen. De tweede generatie is kleiner en vliegt op de bramen. Het bovenlijf is van bovenaf gezien typisch breed ovaal. Als de zandbijen vliegenis het ook de tijd van de wespbijen, de koekoeksbijen van de zandbijen. Zijdebijen, geslacht Colletes, maken hun nest in harde leem- of kleigrond. Ze bestrijken de wanden met speeksel, dat opdroogt tot een waterdichte laag, met een zijdeachtige glans. In de cel wordt stuifmeel en nectar verzamelt, waarna er een eitje op wordt gelegd. De cel wordt dan gesloten. Ze bezoeken vooral de hoofdjes van Composieten, zoals het Boerenwormkruid. Wolbijen, in de eerste week van juni komen de wolbijen, geslacht Anthidium, te voorschijn. Ze nestelen meestal in de grond. De bekenste is de Grote Wolbij, die nestelt in holle plantenstengels of in boorgangen van dood hout. De cellen worden van binnen bekleed met plantenwol. De cel wordt afgesloten met een wolprop. Wilt u zelf iets doen voor de solitaire bijen in uw eigen tuin zorg dan voor nestgelegenheid. En hou rekening met de beplanting. Van een aantal planten die geschikt zijn als voedselleverancier heb ik een beknopt overzicht gemaakt: Eenjarige en tweejarige plantenAconilum - monnikskap, vooral hommels (paars/blauw) Althea - slokroos (diverse kleuren) Allysum - violier, schildzaad (diverse kleuren) Anchusa officinalis - ossetong (blauw) Brassica - alle koolsoorten (geel/wit) Calendula - goudsbloem (oranje) Centaurea spp - korenbloem (blauw) Cheiranthus - muurbloem (wit) Curcurbita spp - sierkalebas (oranje/geel) Cynoglossum officiale- hondstong (blauw) Delphinium - ridderspoor, vooral hommels Dianthus - o.a. duizendschoon (diverse kleuren) Echium vulgare - slangenkruid (blauw) Fagopyrum - boekwijt (roze) Godetia - zomerazalea (diverse kleuren) Helianthus annuus - zonnebloem (geel) Heracleum spp - bereklauw (wit) Hesperis matronalis - damastbloem (wit/roze) Impatiens - balsemien (rood/roze) Lathyrus - (diverse kleuren) Lavatera trimestris - lavatera (roze) Lunaria annua - judaspenning (wit/lila) Malva spp - kaasjeskruid (roze) Nigella - juffertje in het groen (lichtblauw) Ornithopus sativus - serradella Phacelia tanacetifolia - phacelia (lila) Reseda odorata - reseda (geel) Tagetes - afrikaantjes (enkelbloemige) (geel/oranje) Valeriana - valeriaan (wit) Verbascum spp - toortsen en kaarsen ( diverse kleuren) Verbena Offichialis - ijzerhard (diverse kleuren) Overblijvende vaste planten: Agastache foeniculum Arabis caucasira - randjesbloem (wit) Asclepias - zijdeplant Asperula odorata - lievevrouwebedstro (wit) Aster - herfstasters, zeeaster (roze lila) Aubrieta - aubrieta Brunel - bijenkorfje (wit/paars) Brunnera macrophylla - Amerikaans Vergeet-mij-nietje Calluna spp - struikheide (paars/wit) Caltha - dotterbloem (geel) Campanlua - klokjesbloem (wit/lila) Centaurea montana - begcentauria (wit/blauw) Chamaenierion angustfolium - wilgenroosje (roze) Convolvus - windesoorten (diversekleuren) Coronilla varia - kroonkluid Cosmea - cosmos (roze) Dicentra - gebroken hartjes (roze) Echinops - kogeldistel (blauw/paars) Erica - dopheide winterheide (roze/wit) Erygnium - kruisdistel Eupatorium - koninginnekruid (roze) Geranium - ooievaarsbek (roze/paars) Helenium autumnale - helenium Hibiscus - (wit/roze/blauw) Iberis - scheefbloem (wit) Lavendula - lavendel (paars) Leonorus - hartgespan Linaria - vlasleeuwenbek Ligularia Lupine -(diverse kleuren) Lychnis - koekoeksbloem (roze) Lythrum - kattestaart (roze) Malva - kaasjeskruid (roze) Marrubium - malrove Medicago - klaversoorten o.a. luzerne Melilotus - honingklaver Monarda - bergamotplant Nepeta - kattekruid (paars) Oenothera - teunisbloem (geel) Onobrychis Viciifolia - esparcette (rood) Ornithophus sativus - serradelle Phyteuma - rapunzel Potentilla - ganzerik Polemonium caeruleum - jacobsladder Primula - sleutelbloem (geel) Rosa - hondsroos, bottelroos, egelantier Rubus - braam, framboos Rudbeckia Satureja - steentijm (lila) Scabosia - duifkruid (blauw) Sedum - vetkruid (met name hemelsleutel) Sempervirum - huislook Sidalcea Solidag - guldenroede (geel) Solidaster Stachys - andoorn (purper) Taraxacum - paardebloem (geel) Trifolium - rode, witte en incarnaat klaver Veronica - ereprijs (blauw) Vinca - maagdenpalm (paars/wit) KruidenAnethum graveolens - dille (geel) Angelica - engelwortel (wit) Borage officinalis - boragie (blauw) Carum carvi - kawij (wit) Cichorium intybus - chicorei (blauw) Coriandrum sativus - koriander (wit) Foeniculum vulgare - venkel (wit) Hyssopus officinalis - hyssop Melissa officinalis - citroenmelisse (geel) Mentha - muntsoorten (lila) Origanum vulgare - marjolein (lila) Raphanus sativus - siletta (wit) Ruta graveolens - wijnruit Salvia - salie (paars) Satureja hortensis - bonekruid Sinapsis alba - witte/gele mosterd Thymus - thijmsoorten (lila) Bol- en knolgewassenAllium - uisoorten (paars) Colchicum autumnale - herfsttijloos (lila) Crocus - krokussen (paars/geel/wit) Dahlia - vooral mignondahlia’s (diverse kleuren) Fritillaria - o.a. keizerskroon, kievitsbloem Iris - Lis soorten (geel/paars/wit) Leucojum - lenteklokjes (blauw) Scilla - sterhyacint (wit) Struiken en klimmersBerberis - (wit) Buxus sempervirens - palmboompje Cornus - kornoelje Cotoneaster horizontalis - cotoneaster Cytisus - brem (geel/roze) Hedera Helix - klimop Hex aquifolium - hulst Ligustrum - liguster (wit) Liriodendron tuliferum - magnolia (roze) Lonicera - kamperfoelie (wit/roze) Mahonia aquifolium - mahonia Polygonum aubertii - bruidssluier (wit) Prunus - sleedoorn Pyracantha - vuurdoorn Rhus - fluweelboom Ribes - aalbes Salix - wilgen Spirea Symphoricarpus - sneeuw en koraalbes Tilia - lindesoorten Viburnum - sneeuwbal, gelderse roos Weigela - weigelia (roze)
|