Bestuiving
Home Up

 

 

Solitaire bijen

 

Bestuiving

Wij hebben een eigen imkersbedrijf, we verhuren ook volken voor de bestuiving. Neem voor informatie contact op via pieter.damstra@gmail.com Wij zien het belang van een goede bestuiving terug in ons eigen kwekerij. Bijen verzamelen nectar en stuifmeel in bloeiende bloemen. De nectar wordt verwerkt tot honing en het stuifmeel vormt de basis van het zogeheten bijenbrood, een mengsel van stuifmeel en honing wat wordt gevoerd aan bijenlarfjes. Tijdens het verzamelen bezoekt een bij verschillende bloemen na elkaar. Doordat een bijenlichaam behaard is blijft stuifmeel aan de bij kleven, dat bij bezoek aan een volgende bloem weer wordt achtergelaten op de stamper, waardoor de bloem wordt bestoven en zich weer een vrucht kan gaan vormen. Daar er in de landbouw de laatste tientallen jaren nogal wat is verandert monocultures, sterke bemesting, bespuitingen met insecticiden, zijn veel natuurlijke bestuivende insecten verdwenen. Hun taak wordt in veel gevallen overgenomen door de honingbij. Zonder bijen zouden veel bloeiende planten geen vruchten dragen en zonder bloemen zouden de bijen geen voedsel hebben. Dat maakt maar weer eens duidelijk hoe planten en dieren elkaar nodig hebben.

Bestuiving is net als bij vele andere planten nodig voor een goede vruchtzetting. Om het principe van bestuiving beter te begrijpen is het nodig dat men eerst enige kennis van de bloem heeft.

Het volgende schema laat zien hoe de bloem is opgebouwd uit de bloemdelen.


bloemsteel (9)
bloembodem (3)
kroonbladen ook wel bloemblad genoemd (petalen) (5) en kelkbladen (sepalen) (8), samen het bloemdek (perianth)
meeldraden (androecium) bestaande uit helmdraad en helmhokjes (4)
stamper (7) - bestaande uit stijl (1) en stempel (6)
vruchtbeginsel (gynoecium) (2)

Bezit een bloem beide geslachten, zowel de mannelijke geslachtcellen, waar het stuifmeel in de helmknoppen wordt gevorm, als de vrouwelijke geslachtcellen in het vruchtbeginsel, waarin het stuifmeel via de stamper kan doordringen, dan noemen we zo'n bloem tweeslachtig.

Heeft een plant aparte mannelijke en vrouwelijke bloemen dan noemt men die planten eenslachtig. Komen ze beide voor op een plant (in 1 huis), dan spreken we van eenhuizige planten.

Er zijn ook planten die of mannelijke of vrouwelijke bloemen bezitten. De bloemen zijn dan evenals in het vorige geval eenslachtig. Bezit de plant slechts een van beide dan noemt we de desbetreffende planten tweehuizig. Er zijn immers twee planten  (huizen) nodig om beide geslachten onder te brengen.

Naast dit onderscheid is er een verschil tussen wind en insectenbloeiers. Het zal duidelijke zijn dat de eerste plantengroep geen voorziening heeft om insecten aan te trekken. Ze zijn geurloos en hebben geen nectar en opvallende bloembladen.

Bestuiving is het verplaatsen van stuifmeel van de meeldraden naar de stamper. Dit kan geschieden in de bloem zelf, door de wind of door dieren en soms ook via het water. Er wordt onderscheid gemaakt tussen kruisbestuiving en zelfbestuiving. Bij kruisbestuiving wordt het stuifmeel overgebracht van het ene ras naar het andere. Hier is in principe steeds sprake van stuifmeeloverdracht binnen dezelfde soort. Zelfbestuiving komt overal voor. Maar vooral in streken die arm zijn aan insecten zoals in kust en poolgebieden en op woeste gronden.

Zelfbestuiving wordt dikwijls verhindert door eenslachtigheid, waarbij tweehuizigheid bovendien zelfbestuiving verhindert. Of doordat de meeldraden en de stamper niet gelijktijdig rijp zijn. En zo zijn er nog een aantal redenen. Bij zelfbestuivers is er dus sprake van planten en bloemen die een speciale inrichting hebben om zelfbestuiving tegen te gaan, met andere woorden, ze zijn volledig afhankelijk van kruisbestuiving. Veelal de enige mogelijkheid voor het verkrijgen van betere vruchten en ook een middel tegen inteelt en behoud van variabiliteit.

Windbestuiving: Overbrenging van stuifmeel bij windbloeiers, zoals bij alle grassen, granen, naaldbomen en de els, hazelnoot,mais en walnoot enz. geschiedt door de wind. Windbloeiers producerengrote hoeveelheden zeer licht stuifmeel met een glad oppervlak. De stampers zijn groot en de stempels ervan kleverig. Terwijl hun bloemen door het ontbreken van geur kleur en nectar niet interessant zijn voor insecten.

Insectenbestuiving: Insectenbloeiers daarentegen hebben minder stuifmeel met een ruw oppervlak de stamper is kleiner en de insectenbloeier bezitten 1 of meer middelen om insecten te lokken, zoals geuren, kleuren nectar en/of stuifmeel. Veel insecten leven van nectar en stuifmeel. Ze brengen er veelal hun larven mee groot. Het bezoeken van bloemen is dus eigenbelang en bestuiving een bijkomstige handeling. De wijze waarop insecten bij het inzamelen van nectar en stuifmeel te werk gaan, is zeer belangrijk voor de bestuiving. Bloemen die nectar met een hoog suikergehalte en/of veel stuifmeel produceren worden in principe het meest bevlogen.

Bestuivers: Onder de dieren zijn insecten de belangrijkste overbrengers van stuifmeel. De groep bestuivers bestaat voornamelijk uit bijen, hommels, vliegen, vlinders wespen en kevers. Behalve de ons bekende honingbij kennen we ook de solitair levende bijen. In jaren met een zacht voorjaar kunnen deze in het wild levende bijensoorten, mits de weersomstandigheden het jaar ervoor gunstig waren in belangrijke mate bijdragen tot de bestuiving. Klik in het menu aan de linkerkant van deze pagina op solitaire bijen om hier meer over te lezen en vind enkele tips voor wat u kunt doen om solitaire bijen te helpen. Of klik hier Solitaire bijen

Onder de insecten die als bestuiver dienst doen is de honingbij de enige die bloemvast is. Bloemvastheid betekent dat een bij tijdens een uitvlucht nagenoeg steeds dezelfde bloemsoort blijft bevliegen.

Dit zijn onze bijen die voor de bestuiving zorgen. De foto is genomen op 9 december dus de bijen zijn in de winterrust daarom zie je ze niet vliegen voor de bijenkasten.